Op zoek naar de ‘Big Fish’ / Karpervissen in de USA

23
February

REISVERSLAG - Auteur & Foto's: Johan Van Praet 

Karpervissen is geen sport in Amerika. Wel integendeel. De meeste Amerikanen beschouwen karpers als tweede- zelfs derderangsvissen. Ze leveren geen ‘prestige’ en op veel plekken wordt op karpers gejaagd om te doden. “Omdat ze te dominant zijn en het lokale visbestand ontwrichten”, luidt het. Toch geef ik het een kans. Samen met mijn zoon Yoran op visroadtrip door de westkust.

Ik moet compromissen sluiten. Karperen is ons doel, maar Amerika is meer dan vis alleen. Deal is dat we voldoende vistijd voorzien op twee locaties: Lake Powell bij Page (Arizona) en Lake Isabella in de buurt van Bakersfield (California). Botsen we elders op viswaters dan zien we op dat moment wat haalbaar is. Omdat we zo weinig mogelijk tijd willen verliezen om ter plaatse de beste spots te vinden, leggen we voor ons vertrek contact met lokale sportvissers. Na enkele uren rondzwerven op het internet hebben we al vlug door dat er in de States nauwelijks karpermateriaal te kopen valt, laat staan boillies of ander lokaas. Aan toebehoren en kunstaas voor black bass (largmouth bass of grootbekbaars) geen gebrek. Maar daar komen we niet voor. Dus moet alle visgerei mee het vliegtuig op. Om extra bagagekosten te besparen, worden dat twee zesdelige Exage BX S.T.C.-hengels van Shimano – 275 g/hengel, 3,66 m XT carbon blank. De hardcase opbergkokers passen perfect in de bagagekoffer, samen met de twee Shimano Ultegra XSB-molens en voldoende reservetuig.

Karpers zijn er in overvloed in het westen van de US. In die mate dat de Amerikanen zich al jaren grote zorgen maken over de steeds verder oprukkende Aziatische karper. Een soort die van nature niet in de Far West voorkomt en verantwoordelijk is voor de verdwijning en achteruitgang van veel inheemse vissoorten, zoals de black bass waar veel hengelsporters juist dol op zijn. Inmiddels is er zelfs sprake van een ware plaag en poogt men via elektronische barrières, gifstroken en andere technieken om de Aziatische karpers uit te roeien. Oorspronkelijk is deze karpersoort afkomstig uit China, waar ze voorkomen in de Yangtze rivier. Nadat eind jaren 70 enkele exemplaren uit privévijvers in Amerika waren ontsnapt, begon een enorme opmars die zich eerst via de Mississippi en daarna langzaam over de hele Verenigde Staten verspreidde en onderweg de lokale vissoorten in het nauw dreef. Het probleem werd pas echt acuut toen de karpers in de buurt van 'The Great Lakes' in het noorden van de US werden gespot. Uit angst dat ook de grootste Amerikaanse meren, en daarmee de visserij- en hengelsportsector, aangetast zouden worden, probeerde men op grote schaal de Aziatische karpers tegen te houden – lees: uit te roeien. Tot op vandaag werken wetenschappers zelfs aan een speciale pil die enkel de Aziatische 'bighead' karpers vergiftigen, zonder andere vissoorten te doden. Kortom als de Amerikanen al op karper vissen, is het met een ‘licence to kill’. Als het moet met pijl en boog. Kan het wreder? Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Op www.carpanglersgroup.com delen Amerikaanse karperlovers hun vangsten, visstekken en tips en tricks. 

Omdat amper een handvol Amerikanen voor de sport op karper vist, zijn de vissen nog maagdelijk. In mensentaal, ze zijn niet vertrouwd met artificieel lokaas. Dus heeft het ook weinig zin om met boillies te gaan rommelen – trouwens, ons reisschema is zo strak dat ik geen tijd heb om zelf bollen te draaien. Judy Franz van the ambassador guides (www.ambassadorguides.com), met wie we op het web aan de praat raken, bevestigt ons vermoeden: “Your best bet for carp will be around the many marinas in the Page area as this fish is always around people and human food being discarded from them. A garlic cheese spread mixed with a dough ball will suffice for some bruiser carp.”

Koop alle voer en lokaas ter plaatse. Ook geen essence of iets wat op voedsel lijkt … in de reiskoffer. De lijn tussen wat de douane toelaat en wat niet is soms flinterdun. En de Amerikaanse ambtenaren zijn niet mals voor ‘smokkelaars’. Wie het risico niet wil lopen dat zijn hele visuitrusting in beslag wordt genomen, raadpleegt voor zijn vertrek best de lijst van verboden producten op de website van de Amerikaanse Customs and Border Protection (www.cbp.gov).

POLYESTER VIS

We vliegen bewust niet op Los Angeles. Het mekka van de film houden we als reisdessert. San Diego wordt onze eerste stop. Het schiereiland waar vandaag zijn monument staat is een ideale plek om grijze walvissen te spotten tijdens hun jaarlijkse migratie tussen de Noordelijke IJszee en Baja California. Niet in juli helaas (wel tussen december en april). De dagen nadien kronkelen we door kurkdroge indianenreservaten en de woestijn van Palm Springs. Stoppen we voor een blitzbezoek aan het 2250 km2 grote Joshua Tree National Park, beroemd voor zijn Joshua tree, een soms meer dan tien meter hoge boom van de Yucca- of agavefamilie.

De legendarische Route 66 slingert ons verder door het ongerepte berglandschap van Arizona. Midden Mojavo County parkeren we ons in Oatman (www.mohavecountyhighways.com/route66-kingman-west/oatman/). De halfwilde ezels, de scheefgewaaide gevels met krakkemikkige golfplatendaken van dit wildwestoord anno begin 20ste eeuw zijn de laatste getuigen van wat ooit een bloeiend goudzoekersstadje was. We drinken een koffie in de saloon, volgestouwd met westernrariteiten en authentic replicas. Aan het plafond bengelt een geelsoortige polyester vis. We zijn op de goede weg. 

 30 km2 water!

Nog zo’n 350 mijl naar Page en Lake Powell. We kronkelen door bergpassen of eindeloos rechtdoor over het asfalt dat als een lint door het armtierige maar indrukwekkende Navajo- en Hopireservaat golft. De honger knaagt. Het aanbod in de koelbox is mager. Tot plots uit het niets: een pijl richting Tuba City. Een vergeten plek mét supermarkt waar we proviand inslaan. En tientallen blikken maïs, tonijn en kikkererwten. Dit mengsel moet ons onweerstaanbaar lokmiddel voor karpers worden.

In de verte klieft de Coloradorivier zijn weg naar Page waar een dam zijn water verzamelt in Lake Powell. Eindelijk visbaar water na honderden mijlen dorre woestijn. Lake Powell is vandaag het watersportmekka van het zuidwesten. En er zit karper. Het reglement laat er geen twijfel ‘Carp may be taken by spearfishing and bow and arrow during daylight hours’. De hoogste genoteerde vis in de lijst van zwaargewichten was er eentje van bijna 17,2 kg (in 2019). Vang je groter, dan kun je dat via een speciaal formulier officieel registeren bij het Arizona Game and Fish Department (www.azgfd.gov).

Lake Powell is het tweede grootste door mensen aangelegde stuwmeer en werd genoemd naar de ontdekkingsreiziger John Wesley Powell – een veteraan van de Amerikaanse burgeroorlog met één arm – die de Coloradorivier met drie houten schepen verkende in 1869. Maar de dagen van het 30 km2 grote Lake Powell zijn geteld. Onder meer door de jarenlange droogte zakt het waterniveau van het stuwdamreservoir alarmerend. Onvoorstelbaar hoe snel zo’n reuzenmeer kan verdampen. Diezelfde avond nog verkennen we Wahweap Marina, dat behalve een jachthaven ook een soort drijvend Sun Parcs blijkt te zijn, op zoek naar de visstek die Joanna verklapte. Zij baat Stix Liquor & Sporting Goods uit waar we eerder die middag onze visdagvergunning voor een handvol dollars kochten. “Amerikanen vinden karper maar niets. Sterker zelfs, we hebben ze liever dood dan levend. De jacht op black bass is pas echt hun ding. Ze hebben ongelijk. Karpers zijn echte vechters en het vergt minsten evenveel techniek en kennis om ze te drillen.” Het is al donker als we de bewuste pier vinden. Ideale spot. Aangetrokken door het licht van aanlegsteigers glijden al enkele exemplaren door het heldere water.

Meer dan 40°C meet de thermometer als we de volgende dag een voederstek aanleggen. De zon brandt moordend. De schaduw van de overdekte pier houdt het draaglijk. Het water is helderblauw, bijna azuur. We peilen. Niet te geloven, amper vijf meter uit de kant is het al 22 meter diep. Ons mengsel van mais, kikkererwten en tonijn (in eigen nat) boosten we met het geconcentreerd lokmiddel Goo-dip – tegen alle adviezen in alsnog door zoonlief ‘meegesmokkeld’ op het vliegtuig. Het laat een wolkspoor achter terwijl het naar de diepte dwarrelt. We vissen met een D-rig en kikkererwten, maar na uren nog niet één run of tik. Na uren bakken in de hitte, geven we onze methode op en gaan we jagen met brood aan de oppervlakte. Yes! De vangst: zes schubkarpers van telkens drie tot vier kilo en een mini-meerval. Tevreden, maar lang niet voldaan. Onze zoektocht naar de ‘Big Fish’ is nog maar goed begonnen. 

Pindaboter en kruidenkaas

Ons volgende doel is Bryce National Park. Korte plaspauze in The Orderville Mine Rock Shop. Richard houdt de winkel met steencollecties open zolang zijn baas Bob Lane op grote forel vist ergens in een meer in de bergen. Als ik hem vertel dat we groter willen vangen dan vier kilo zoals op Lake Powell vertelt hij over zijn neef in Alaska die geregeld op karper vist en er al enkele zwaargewichten heeft gevangen. “In Lake Powell zitten geen kanjers (meer), wellicht omdat er nauwelijks iets te eten valt. Vandaar dat het kleine grut gulzig hapt op brood.”

De rotsformaties in Bryce National Park zijn echt top. Hoodoos worden ze genoemd, door weer, wind en erosie misvormde rotspunten, -torens en -naalden. Met wat fantasie ontdek je kathedralen, bruidstaarten, heiligenfiguren … en de hamer van Thor. Deze nacht slapen we in een tent aan de rand van het kleine westerndorp Panguitch, Paiute-indianentaal voor ‘Big Fish’. “De Paiute visten als eersten op grote regenboogforellen in de Sevier River”, verhaalt Nathalie, de dienster van ‘Cowboy’s Smokehouse’. “Ook vandaag nog is forelvissen hier erg in trek, maar dan in het Panguitch-meer dat barst van de regenboogforellen.” Op ons menu vanavond geen vis, maar steak en gerookte spareribs.

Nog twee tussenstops voor we Lake Isabella bereiken: de neonmetropool Las Vegas – een overdosis glitter en kitsch - en het gortdroge Death Valley. In deze woestijnvallei werd in 1913 het absolute warmterecord van de wereld gemeten: 56,7°C – maar wegens twijfels over de accurate meting, staat het officiële warmterecord op 54,4°C in 2021. Niet gaan wandelen na 10 a.m. waarschuwen de infoborden. Als het te heet wordt, mag je er zelfs gewoon niet in. Uitgeblust bereiken we onze camping bij Lake Isabella. Water! Een dik uur later en acht mijl verder halen we aan de oever van het meer de pieren uit de neus van Ralph. Hij vist op meerval én karper – hij is een van de uitzonderingen – en gebruikt pindaboter als smaakversterker. “Als kind nam mijn vader me twee keer per jaar mee om te vissen op karper. Met een vis van 20 kg bereidde moeder een feestmaal voor de hele familie. Hoe groter de vis, hoe gemakkelijker ook om de overvloedige graten te verwijderen. In de paaitijd jagen we zelfs met pijl en boog.” Ik gruw en leg Ralph uit dat sportvissers in België altijd hun vangst met respect behandelen en terugzetten. “Alleen latino’s en zwarten lusten karper”, gaat Ralph verder terwijl hij een blikje ‘Coors’-bier (100% Rocky Mountain water) opentrekt. “Blanke Amerikanen beschouwen karper als een derderangsvis, het leven niet waard. Ze laten de vis liever stikken in de graskant. Ze vinden hem helemaal niet lekker… Wat zou het, ze hebben nog nooit karper geproefd.”

De volgende (vroege) ochtend, 6 a.m., verbroederen we met Delfino en Ronnie, twee latino’s uit het nabijgelegen Bakersville en gepassioneerde jagers en vissers. Verbaasd luisteren beiden naar hoe wij Belgen karpervissen als sport verheffen. “De geavanceerde verklikkers en het speciale aas en boillies waarmee jullie op karper vissen, zijn verbluffend. Wij gebruiken ansjovis, scampi en ‘shack’ als aas om meerval te lokken. En af en toe hapt er ook een karper toe.”

We gooien twee lijnen uit. Eén rig met kikkererwt en één met een bol van deeg en kruidenkaas, zoals Judy adviseert. Het water staat superlaag, vier meter maximumdiepte. We mikken op de dode boomtoppen zo’n 40 meter ver. Uren verstrijken en Delfino en Ronnie halen de meervallen in een mooi tempo binnen. Op onze lijnen geen tik. Net op het moment dat we ermee willen kappen, krijgen we een vol signaal op de lijn met combi rig, uitgebalanceerd met een stukje kurk vanwege de heel modderige bodem. Een ghost schubkarper van 8 kilo verleid door een kikkererwt.

Binnenkort wordt ook in Lake Isabella vissen wellicht onmogelijk. Uit wat ooit een diep stuwmeer was, piepen de dode boomtoppen opnieuw boven water. Het water zakt met meters tegelijk nu Californië al jaren met uitzonderlijke droogte kampt. Lake Isabelle reikt zelfs niet meer tot aan zijn dam enkele kilometers verderop. De droogte maakt dit land kapot.

Zeeleeuwen en ansjovis 

Veel tijd om te vissen is er de komende dagen niet, wel voor een ‘urban safari’! 48 uren San Francisco. Te beginnen met het beruchte Alcatraz. Hier brachten zware jongens, zoals maffiabaas Al Capone en moordenaar Robert Stroud (alias the birdman) 16 tot 23 uren (naargelang hun strafregime) in hun cel door van amper twee bij drie meter. Barbaars? 

Barbaars is de manier waarop de Amerikanen het authentieke havengebied bij Pier 39 op Fishermans ’s Wharf verbouwden tot een opeenstapeling van souvenirwinkeltjes, pizzabars, ijssalons en peperdure restaurantjes. We lopen helemaal tot Bubba Gump Schrimp Co – het themarestaurant geïnspireerd op het garnalenimperium dat Forrest Gump in de gelijknamige film (1994) stoemelings uit de grond stampte – en net om de hoek de zeeleeuwenkolonie die huishoudt bij de aanlegsteiger. Met tientallen liggen ze te zonnen en speels kabaal te maken op de houten vlotten waar vroeger nog plezierboten aanmeerden.

De etappe San Francisco -Los Angeles (400 mijl) werken we ‘rustig’ af in drie dagen. We nemen de bewierookte Dreamroad langs de kust van de Grote Oceaan. Met een eerste hop off in Año Nuevo State Park: Noordelijke zeeolifanten spotten. Tijdens onze stevige wandeling door de duinen horen we ze al van ver brullen door hun korte slurfsnuit. Op het strand liggen de loebassen netjes op een rij gepropt tegen elkaar te schurken en te nietsen. Alleen kolossale mannetjes. In zomer zijn ze hier om te muiten. De vrouwtjes waren hier in april en mei. “De bruine pelikaan met uitsterven bedreigd?” Ik geloof er weinig van als je ziet met hoeveel ze hier boven het water zweven en naar ansjovis duiken. Dat is pas vissen!

Het vervolg over Coast Highway 1 kronkelt als een achtbaan tussen de Santa Lucia Mountains. Aangekomen in Santa Maria zoeken we een visstek. Zo’n twintig mijl verder, zou Oso Flaco Lake een goede spot moeten zijn. Tenminste als we het ‘Oso Flaco Lake fishing report’ op www.fishingnotes.com kunnen geloven. Vissen mag en het karperaanbod is groot, meldt het informatiebord aan de ingang van het Guadalupe-Nipomo Dunes-reservaat. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Een houten pad of ‘boardwalk’ leidt over het water, nauwelijks nog een halve meter diep en overwoekerd met algen – gevolg van de nitraten die overvloedig worden gebruikt in het omliggende, uitgestrekte landbouwgebied. Veel kleine vis maar van karper of grote goudvis geen spoor. Balen en verder stappen dus. De boardwalk klimt nog een kleine mijl door de hoge duinen tot het strand. We besluiten dan maar een lijn uit te werpen in zee. Maar dan botsen we op Sid die net met zijn vangst, zes stevige zeebaarzen, terugkeert. “De zon gaat bijna onder. Straks sluit het hekken van het reservaat. Als je niet de hele nacht wilt vastzitten, maak je best rechtsomkeer.” De weg terug (een coyote kruist ons pad) vertelt de Vietnamveteraan honderduit over zijn oorlogsverleden. Hij was erbij op Hamburger Hill. “They called our squad ‘the dirty dozen’. Onze taak: de vijand opsporen en vernietigen. Ik heb er veel gemold. Het was zij of wij.” Van vissen komt niets meer in huis. Zo dadelijk sluit het hekken.

Later kom ik te weten dat de vis in Oso Flaco Lake besmet is met pesticiden als DDT en Dieldrin – 40 jaar nadat die producten werden verboden! – en allerminst nog voor consumptie geschikt. Wetenschappers vergelijken het meer met een viskom omdat het water dat er binnenstroomt niet meer weg kan waardoor alle vuil zich opstapelt in almaar sterkere concentraties. Vooral de goudvissen en karpers zijn zwaar besmet omdat ze lang leven en hun voedsel zoeken op de modderige, vervuilde bodem. Vandaag is Oso Flaco het meer met de hoogste DDT-concentraties in heel California.

Makreel, zeebaars en heilbot

Voor we na 4000 mijl roadtrippen Los Angeles binnenrijden, maken we een zijsprong naar Stearns Wharf in Santa Barbara. Deze houten promenade loopt 800 m in zee, dateert van 1872 en maakte het mogelijk dat vracht- en passagiersschepen ook bij laagtij konden aanmeren. Vlug een lijntje uitgooien en een praatje slaan met Rodriguez die met zijn twee kinderen hengelt op makreel, zeebaars en heilbot. “Ik was 17 toen ik uit Mexico migreerde, werd verliefd op de prachtige kustlijn met zijn bergen op de achtergrond en ben gebleven.” Jammer van de olieplatformen die de vlakke horizon onderbreken.  Toch zwemmen hier tussen december en maart tot wel 28.000 grijze walvissen op hun jaarlijkse migratie voorbij. Vandaag belooft Captain Don’s Whale Watching 90% kans dat je een bultrugwalvis te zien zult krijgen als je bij hem een excursie van vier uur boekt. Pech, tijd te kort. Op twee uren staren naar onze lijnen, slaan we niets aan de haak. Onze eindstop, Los Angeles, roept. De ‘big fish’ zal voor een volgende trip zijn.

Reisgidsen en kaarten voor Zuidwest USA
California, Arizona, Joshua Tree NP, Bryce Canyon NP, San Diego, San Francisco...




Terug naar overzicht